Marcus 6:38

“En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.”
— Marcus 6:38 (The Statenvertaling Bible)

Context: Marcus 6

36Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.

37Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?

38En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.

39En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.

40En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.

Over Marcus 6: Jezus zendt de twaalf apostelen uit

Marcus 6: Jezus zendt de twaalf apostelen uit

Jezus wordt afgewezen door Zijn eigen volk, stuurt de twaalf apostelen uit en verricht meer wonderen.

Commentaar

Markus 6 is een hoofdstuk dat zich richt op de bediening van Jezus en de reactie van de mensen op Zijn leer. In dit hoofdstuk keert Jezus terug naar zijn geboorteplaats Nazareth en wordt daar afgewezen door de mensen. Vervolgens stuurt Hij de twaalf discipelen eropuit om het evangelie te prediken en wonderen te verrichten. Ze zijn succesvol in hun missie, maar wanneer ze terugkeren, maakt Jezus zich zorgen over het gebrek aan geloof van de mensen. Vervolgens gaat Hij naar de nabijgelegen steden Betsaïda en Chorazin, waar Hij meer wonderen verricht en het volk onderwijst.

Het hoofdstuk eindigt met Jezus die vijfduizend mensen voedt met vijf broden en twee vissen. Dit wonder is een teken van Gods voorzienigheid en een herinnering aan Zijn kracht. Het dient ook als een herinnering aan Jezus' mededogen en genade. Hij is bereid te zorgen voor de behoeften van de mensen, zelfs wanneer ze niet in Hem geloven.

Personen in Marcus 6