Micha 2:6

“Profeteert gijlieden niet, zeggen zij, laat die profeteren; zij profeteren niet als die; men wijkt niet af van smaadheden.”
— Micha 2:6 (The Statenvertaling Bible)

Context: Micha 2

4Te dien dage zal men een spreekwoord over ulieden opnemen; en men zal een klagelijke klacht klagen, en zeggen: Wij zijn ten enenmale verwoest; Hij verwisselt mijns volks deel; hoe ontwendt Hij mij; Hij deelt uit, afwendende onze akkers.

5Daarom zult gij niemand hebben, die het snoer werpe in het lot, in de gemeente des HEEREN.

6Profeteert gijlieden niet, zeggen zij, laat die profeteren; zij profeteren niet als die; men wijkt niet af van smaadheden.

7O gij, die Jakobs huis geheten zijt! Is dan de Geest des HEEREN verkort? Zijn dat Zijn werken? Doen Mijn woorden geen goed bij dien, die recht wandelt?

8Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.

Over Micha 2: Wee hen die kwaad beramen

Micha 2: Wee hen die kwaad beramen

Micha veroordeelt de heersers en leiders van Israël en Juda die kwaad beramen en de armen onderdrukken.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Micha 2