Numeri 18:1
“Zo zeide de HEERE tot Aaron: Gij, en uw zonen, en het huis uws vaders met u, zult dragen de ongerechtigheid des heiligdoms; en gij, en uw zonen met u, zult dragen de ongerechtigheid van uw priesterambt.”
Context: Numeri 18
1Zo zeide de HEERE tot Aaron: Gij, en uw zonen, en het huis uws vaders met u, zult dragen de ongerechtigheid des heiligdoms; en gij, en uw zonen met u, zult dragen de ongerechtigheid van uw priesterambt.
2En ook zult gij uw broederen, den stam van Levi, den stam uws vaders, met u doen naderen, dat zij u bijgevoegd worden, en u dienen; maar gij, en uw zonen met u, zult zijn voor de tent der getuigenis.
3En zij zullen uw wacht waarnemen, en de wacht der ganse tent; doch tot het gereedschap des heiligdoms en het altaar zullen zij niet naderen, opdat zij niet sterven, zo zij als gijlieden.
Over Numeri 18: De Taken van de Priesters en Levieten

God gebiedt dat de priesters, de nakomelingen van Aaron, de verantwoordelijkheid hebben voor het verzorgen van het heiligdom en het uitvoeren van de priesterlijke dienst.
Commentaar
In Numeri 18 geeft de Heer instructies aan Aäron en zijn zonen om verantwoordelijkheid te nemen voor de taken van de priesters. Hij vertelt hun dat zij verantwoordelijk zijn voor de offers van het volk, de allerheiligste dingen en het altaar. Hij vertelt hun ook dat zij verantwoordelijk zijn voor de zorg voor het heiligdom en al zijn voorwerpen.
Vervolgens vertelt de Heer aan Aäron en zijn zonen dat zij een deel van de offers van het volk zullen ontvangen. Hij vertelt hun dat zij het beste van de eerstelingen van het land zullen ontvangen, de eerstgeborenen van de dieren en de eerstgeborenen van de reine dieren. Hij vertelt hun ook dat zij de eerstelingen van het graan, de nieuwe wijn en de olie zullen ontvangen.