Numeri 6:8
“Al de dagen van zijn Nazireerschap is hij den HEERE heilig.”
Context: Numeri 6
6Al de dagen, die hij zich de HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij tot het lichaam eens doden niet gaan.
7Om zijn vader of om zijn moeder, om zijn broeder of om zijn zuster, om hen zal hij zich niet verontreinigen, als zij dood zijn; want het Nazireerschap zijns Gods is op zijn hoofd.
8Al de dagen van zijn Nazireerschap is hij den HEERE heilig.
9En zo de gestorvene bij hem onvoorziens haastelijk gestorven ware, dat hij het hoofd van zijn Nazireerschap zou verontreinigd hebben, zo zal hij op den dag zijner reiniging zijn hoofd bescheren; op den zevenden dag zal hij het bescheren.
10En op den achtsten dag zal hij twee tortelduiven, of twee jonge duiven brengen tot den priester, tot de deur van de tent der samenkomst.
Over Numeri 6: De Wet van de Nazireeër

God voert de wet van de Nazireeërs in, die specifieke regels vaststelt voor degenen die een gelofte afleggen om zich af te zonderen voor God.
Commentaar
In Numeri 6 zien we dat de Heer Mozes instructies geeft voor de Nazireeër gelofte. Deze gelofte was een speciale gelofte van toewijding aan de Heer die werd afgelegd door individuen die zich wilden toewijden aan de Heer voor een bepaalde periode. De Heer gaf Mozes specifieke instructies over hoe de gelofte moest worden afgelegd en hoe deze moest worden nageleefd.
De Heer instrueerde dat de persoon die de gelofte aflegde zich moest onthouden van wijn en sterke drank, en hun haar niet mocht knippen. Ze moesten ook contact met dode lichamen vermijden en heilig zijn voor de Heer. De Heer instrueerde ook dat de persoon die de gelofte aflegde aan het einde van de toewijdingsperiode een speciale offergave aan de Heer moest brengen.