Spreuken 26:10
“De groten doen een iegelijk verdriet aan, en huren de zotten, en huren de overtreders.”
Context: Spreuken 26
8Gelijk hij, die een edel gesteente in een slinger bindt, alzo is hij, die den zot eer geeft.
9Gelijk een doorn gaat in de hand eens dronkaards, alzo is een spreuk in den mond der zotten.
10De groten doen een iegelijk verdriet aan, en huren de zotten, en huren de overtreders.
11Gelijk een hond tot zijn uitspuwsel wederkeert, alzo herneemt de zot zijn dwaasheid.
12Hebt gij een man gezien, die wijs in zijn ogen is! Van een zot is meer verwachting dan van hem.
Over Spreuken 26: De Dwaasheid van Dwazen en de Wijsheid van de Wijzen

Spreuken 26 is een verzameling van verspreide wijsheidszegeningen die het thema dwaasheid en wijsheid behandelen. Het hoofdstuk belicht de destructieve aard van dwazen en de voordelen van wijs leven. De verzen bieden praktisch advies over hoe om te gaan met dwazen en hoe hun dwaasheid te vermijden.
Commentaar
Het hoofdstuk begint met een waarschuwing tegen de dwaasheid van mensen die geen eer verdienen, gevolgd door een vergelijking van een luie persoon met een deur die op zijn scharnieren draait. Het hoofdstuk spreekt ook over de problemen die ontstaan wanneer dwazen worden vertrouwd met verantwoordelijkheden. Het waarschuwt ook tegen het kwaad van roddelen en liegen, wat kan leiden tot onnodige conflicten en relaties kan ruïneren. Verder spoort het hoofdstuk aan tot zelfreflectie, waarbij ons wordt herinnerd aan het belangrijke verschil tussen constructieve kritiek en onbehulpzame negatieve opmerkingen. Kortom, Spreuken 26 leert ons om wijs en onderscheidend te zijn in onze dagelijkse interacties, zodat we de valkuilen van dwaasheid kunnen vermijden.