Openbaring 2:24

“Doch Ik zeg ulieden, en tot de anderen, die te Thyatire zijn, zovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last opleggen;”
— Openbaring 2:24 (The Statenvertaling Bible)

Context: Openbaring 2

22Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.

23En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken.

24Doch Ik zeg ulieden, en tot de anderen, die te Thyatire zijn, zovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last opleggen;

25Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen.

26En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

Over Openbaring 2: Brieven aan de Kerk van Efeze

Openbaring 2: Brieven aan de Kerk van Efeze

Dit hoofdstuk bevat een brief van Christus aan de kerk van Efeze, waarin Hij hen prijst voor hun harde werk en volharding, maar hen ook terechtwijst voor het verlaten van hun eerste liefde.

Commentaar

Openbaring 2 is het tweede hoofdstuk van het boek Openbaring, het laatste boek van het Nieuwe Testament. In dit hoofdstuk krijgt de apostel Johannes een visioen van zeven kerken in de Romeinse provincie Asia. Aan elk van deze kerken stuurt Jezus een boodschap via een engel.

De boodschappen aan de zeven kerken zijn zowel waarschuwingen als aanmoedigingen. Jezus waarschuwt de kerken voor de gevaren van valse leer, immoraliteit en gemakzucht. Hij moedigt hen ook aan om trouw te blijven en standvastig te zijn in hun geloof. Hij belooft beloningen aan degenen die trouw blijven en waarschuwt voor straf voor degenen die dat niet doen.

Personen in Openbaring 2