Openbaring 21:20
“Het vijfde Sardonix, het zesde Sardius, het zevende Chrysoliet, het achtste Beryl, het negende Topaas, het tiende Chrysopraas, het elfde Hyacinth, het twaalfde Amethyst.”
Context: Openbaring 21
18En het gebouw van haar muur Jaspis; en de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk.
19En de fondamenten van den muur der stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd.
20Het vijfde Sardonix, het zesde Sardius, het zevende Chrysoliet, het achtste Beryl, het negende Topaas, het tiende Chrysopraas, het elfde Hyacinth, het twaalfde Amethyst.
21En de twaalf poorten waren twaalf paarlen, een iedere poort was elk uit een paarl; en de straat der stad was zuiver goud; gelijk doorluchtig glas.
22En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam.
Over Openbaring 21: De Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde

Dit hoofdstuk beschrijft de schepping van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar Gods volk zal leven in volmaakte gemeenschap met Hem. Het hoofdstuk benadrukt de volledige herstel en verlossing van Gods volk en het einde van al het lijden en zonde.
Commentaar
Openbaring 21 is een hoofdstuk van hoop en belofte. Het is een visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar God bij zijn volk zal wonen. Dit hoofdstuk herinnert eraan dat God trouw is en zijn beloften zal nakomen.
Het hoofdstuk begint met een beschrijving van het nieuwe Jeruzalem, dat wordt beschreven als een stad van goud en edelstenen. Dit is een symbool van de schoonheid en perfectie van de nieuwe wereld die God zal creëren. De stad wordt ook beschreven als een muur met twaalf poorten, die elk bewaakt worden door een engel. Dit herinnert eraan dat God zijn volk zal beschermen en veilig zal houden.