Romeinen 1:14
“Beiden Grieken en Barbaren, beiden wijzen en onwijzen ben ik een schuldenaar.”
Context: Romeinen 1
12Dat is, om mede vertroost te worden onder u, door het onderlinge geloof, zo het uwe als het mijne.
13Doch ik wil niet, dat u onbekend zij, broeders, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen (en ben tot nog toe verhinderd geweest), opdat ik ook onder u enige vrucht zou hebben, gelijk als ook onder de andere heidenen.
14Beiden Grieken en Barbaren, beiden wijzen en onwijzen ben ik een schuldenaar.
15Alzo hetgeen in mij is, dat is volvaardig, om u ook, die te Rome zijt, het Evangelie te verkondigen.
16Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.
Over Romeinen 1: Het Evangelie van God

Paulus stelt zichzelf voor en legt uit dat het goede nieuws gaat over Gods plan om alle mensen te redden door geloof in Jezus Christus.
Commentaar
Romeinen 1 is een krachtige inleiding op de brief van Paulus aan de Romeinen. In dit hoofdstuk stelt Paulus zijn autoriteit als apostel van Jezus Christus vast en legt hij zijn missie uit om het evangelie aan de heidenen te prediken. Hij begint door zijn wens uit te spreken om de gemeente in Rome te bezoeken en het evangelie met hen te delen. Vervolgens legt hij de gerechtigheid van God uit, die wordt geopenbaard door geloof in Jezus Christus. Hij benadrukt dat de gerechtigheid van God beschikbaar is voor allen die in Jezus geloven, ongeacht hun achtergrond of nationaliteit.
Paulus gaat dan verder met het uitleggen van de gevolgen van het verwerpen van de gerechtigheid van God. Hij verklaart dat zij die de gerechtigheid van God verwerpen overgeleverd worden aan een verdorven geest en vervuld worden van allerlei kwaad, boosaardigheid, hebzucht en verdorvenheid. Hij legt ook uit dat Gods toorn geopenbaard wordt tegen alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen.