Romeinen 14:4
“Wie zijt gij, die eens anderen huisknecht oordeelt? Hij staat, of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.”
Context: Romeinen 14
2De een gelooft wel, dat men alles eten mag, maar die zwak is, eet moeskruiden.
3Die daar eet, verachte hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordele hem niet, die daar eet; want God heeft hem aangenomen.
4Wie zijt gij, die eens anderen huisknecht oordeelt? Hij staat, of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.
5De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.
6Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet, die eet zulks den Heere niet, en hij dankt God.
Over Romeinen 14: De Wet van de Liefde

Paulus onderwijst over het belang van anderen niet te oordelen, en over het belang van vrede te leven met elkaar.
Commentaar
Romeinen 14 is een hoofdstuk dat spreekt over het belang van eenheid binnen de kerk. Paulus begint door de gemeente eraan te herinneren dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden en dat zij elkaar niet moeten beoordelen. Vervolgens legt hij uit dat iedereen volledig overtuigd zou moeten zijn in zijn eigen gedachten en dat zij zich niet moeten laten beïnvloeden door de meningen van anderen. Hij moedigt ook de gemeente aan om elkaar te accepteren en geen oordeel te vellen over degenen die andere overtuigingen hebben.
Paulus legt dan uit dat iedereen voorzichtig moet zijn om een ander niet te laten struikelen in zijn geloof. Hij spoort de gemeente aan om bedachtzaam te zijn hoe hun daden anderen kunnen beïnvloeden en respectvol te zijn naar hun overtuigingen. Hij herinnert hen er ook aan dat God de uiteindelijke rechter is en dat Hij iedereen zal beoordelen op basis van hun eigen daden.