Romeinen 2:5
“Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.”
Context: Romeinen 2
3En denkt gij dit, o mens, die oordeelt dengenen, die zulke dingen doen, en dezelve doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden?
4Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?
5Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.
6Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;
7Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;
Over Romeinen 2: Openbaring van Gods gerechtigheid

Paulus leert dat alle mensen schuldig zijn aan zonde en dat het oordeel van God gebaseerd is op hun daden.
Commentaar
Romeinen hoofdstuk 2 is een krachtige herinnering aan het belang van het leiden van een leven van geloof en gehoorzaamheid aan God. Paulus begint met ons eraan te herinneren dat God ons zal beoordelen op basis van onze daden, niet onze woorden. Vervolgens legt hij uit dat degenen die volgens de wet leven beoordeeld zullen worden volgens de wet, terwijl degenen die volgens de Geest leven beoordeeld zullen worden volgens de Geest. Dit is een belangrijke herinnering dat onze daden gevolgen hebben, en dat we ernaar moeten streven om te leven in overeenstemming met Gods wil.
Paulus gaat vervolgens verder met uitleggen dat Gods oordeel onpartijdig is, en dat alle mensen, ongeacht hun achtergrond of overtuigingen, beoordeeld zullen worden op basis van hun daden. Hij benadrukt ook dat Gods genade beschikbaar is voor allen die het zoeken, en dat niemand buiten verlossing staat.