Sefanja 3:7

“Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven.”
— Sefanja 3:7 (The Statenvertaling Bible)

Context: Sefanja 3

5De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.

6Ik heb de heidenen uitgeroeid, hun hoeken zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.

7Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven.

8Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden.

9Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.

Over Sefanja 3: Een Restant Zal Gered Worden

Sefanja 3: Een Restant Zal Gered Worden

De Heer spreekt over een overblijfsel van Zijn volk dat gered zal worden, en over een tijd waarin Hij Zijn volk zal herstellen en zegenen.

Commentaar

Zefanja 3 is een krachtig hoofdstuk dat spreekt over het oordeel en de genade van God. Het begint met een waarschuwing voor het oordeel van God over de goddeloosheid van het volk van Juda. God zal hen straffen voor hun afgoderij, hun trots en hun gebrek aan geloof. Hij zal verwoesting over hen en hun steden brengen.

Het hoofdstuk gaat dan over in een boodschap van hoop en genade. God zal de fortuinen van Juda en Jeruzalem herstellen en hen terugbrengen naar hun vroegere glorie. Hij zal het overblijfsel van zijn volk verzamelen en hen terugbrengen naar het land. Hij zal ook hun vreugde en blijdschap herstellen en hen voorzien van vrede en veiligheid.

Personen in Sefanja 3