Uittocht 21:20

“Wanneer ook iemand zijn dienstknecht of zijn dienstmaagd met een stok slaat, dat hij onder zijn hand sterft, die zal zekerlijk gewroken worden.”
— Uittocht 21:20 (The Statenvertaling Bible)

Context: Uittocht 21

18En wanneer mannen twisten, en de een slaat den ander met een steen, of met een vuist, en hij sterft niet, maar valt te bedde;

19Indien hij weder opstaat, en op straat gaat bij zijn stok, zo zal hij, die hem sloeg, onschuldig zijn; alleen zal hij geven hetgeen hij verzuimd heeft, en hij zal hem volkomen laten helen.

20Wanneer ook iemand zijn dienstknecht of zijn dienstmaagd met een stok slaat, dat hij onder zijn hand sterft, die zal zekerlijk gewroken worden.

21Zo hij nochtans een dag of twee dagen overeind blijft, zo zal hij niet gewroken worden; want hij is zijn geld.

22Wanneer nu mannen kijven, en slaan een zwangere vrouw, dat haar de vrucht afgaat, doch geen dodelijk verderf zij, zo zal hij zekerlijk gestraft worden, gelijk als hem de man der vrouw oplegt, en hij zal het geven door de rechters.

Over Uittocht 21: Regels voor slaven, moordenaars en andere overtredingen

Uittocht 21: Regels voor slaven, moordenaars en andere overtredingen

God geeft wetten voor slavernij, persoonlijk letsel en schade aan eigendommen.

Commentaar

Exodus hoofdstuk 21 is een voortzetting van de wetten die aan de Israëlieten zijn gegeven door God via Mozes. In dit hoofdstuk zet God de wetten uiteen met betrekking tot slavernij, persoonlijk letsel en schade aan eigendommen.

De eerste wet die God geeft gaat over slavernij. Hij verklaart dat als een man zijn dochter als slaaf verkoopt, zij behandeld moet worden als een vrouwelijke slaaf. Ze mag niet verkocht worden aan een buitenlandse natie, en als ze niet aangenaam is voor haar meester, moet hij haar vrijlaten. Deze wet is belangrijk omdat het laat zien dat God de vrijheid van alle mensen waardeert, zelfs degenen die in dienstbaarheid zijn.

Personen in Uittocht 21