Uittocht 38:27

“En er waren honderd talenten zilver, om te gieten de voeten des heiligdoms, en de voeten des voorhangs; tot honderd voeten waren honderd talenten, een talent tot een voet.”
— Uittocht 38:27 (The Statenvertaling Bible)

Context: Uittocht 38

25Het zilver nu van de getelden der vergadering was honderd talenten, en duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

26Een beka voor elk hoofd, dat is een halve sikkel, naar den sikkel des heiligdoms, van een ieder, die overging tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, namelijk zeshonderd drie duizend, vijfhonderd vijftig.

27En er waren honderd talenten zilver, om te gieten de voeten des heiligdoms, en de voeten des voorhangs; tot honderd voeten waren honderd talenten, een talent tot een voet.

28Maar uit de duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen maakte hij de haken aan de pilaren, en hij overtrok hun hoofden, en omtoog ze met banden.

29Het koper nu des beweegoffers was zeventig talenten, en twee duizend vierhonderd sikkelen.

Over Uittocht 38: Het bronzen altaar

Uittocht 38: Het bronzen altaar

Het bronzen altaar, de omheining rondom de tabernakel en het bronzen bekken worden gebouwd.

Commentaar

Exodus 38 is het laatste hoofdstuk van het boek Exodus en het beschrijft de bouw van de tabernakel en zijn meubilair. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van de materialen die gebruikt zijn voor de bouw van de tabernakel, waaronder goud, zilver, brons en andere kostbare metalen. Vervolgens beschrijft het hoofdstuk de verschillende onderdelen van de tabernakel, zoals het altaar, het wasvat en de kandelaar. Het hoofdstuk beschrijft ook de kleding die de priesters droegen, evenals de verschillende offers die aan de Heer werden gebracht.

De bouw van de tabernakel was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de Israëlieten, aangezien het een fysieke representatie was van hun relatie met God. De tabernakel was een plaats waar de Israëlieten konden komen om te aanbidden en offers te brengen aan de Heer. Het was ook een plek waar de Heer onder Zijn volk kon verblijven. De bouw van de tabernakel was een teken van Gods aanwezigheid en Zijn toewijding aan Zijn volk.

Personen in Uittocht 38