Uittocht 38:3

“Hij maakte ook al het gereedschap des altaars, de potten, en de schoffelen, en de besprengbekkens, en de krauwelen, en de koolpannen; en al zijn vaten maakte hij van koper.”
— Uittocht 38:3 (The Statenvertaling Bible)

Context: Uittocht 38

1Hij maakte ook het brandofferaltaar van sittimhout; vijf ellen was deszelfs lengte, en vijf ellen zijn breedte, vierkant, en drie ellen zijn hoogte.

2En hij maakte deszelfs hoornen op zijn vier hoeken; uit hetzelve waren zijn hoornen; en hij overtrok het met koper.

3Hij maakte ook al het gereedschap des altaars, de potten, en de schoffelen, en de besprengbekkens, en de krauwelen, en de koolpannen; en al zijn vaten maakte hij van koper.

4Ook maakte hij aan het altaar een rooster van koperen netwerk, onder zijn omloop, van beneden tot zijn midden toe.

5En hij goot vier ringen aan de vier einden des koperen roosters, tot plaatsen voor de handbomen.

Over Uittocht 38: Het bronzen altaar

Uittocht 38: Het bronzen altaar

Het bronzen altaar, de omheining rondom de tabernakel en het bronzen bekken worden gebouwd.

Commentaar

Exodus 38 is het laatste hoofdstuk van het boek Exodus en het beschrijft de bouw van de tabernakel en zijn meubilair. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van de materialen die gebruikt zijn voor de bouw van de tabernakel, waaronder goud, zilver, brons en andere kostbare metalen. Vervolgens beschrijft het hoofdstuk de verschillende onderdelen van de tabernakel, zoals het altaar, het wasvat en de kandelaar. Het hoofdstuk beschrijft ook de kleding die de priesters droegen, evenals de verschillende offers die aan de Heer werden gebracht.

De bouw van de tabernakel was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de Israëlieten, aangezien het een fysieke representatie was van hun relatie met God. De tabernakel was een plaats waar de Israëlieten konden komen om te aanbidden en offers te brengen aan de Heer. Het was ook een plek waar de Heer onder Zijn volk kon verblijven. De bouw van de tabernakel was een teken van Gods aanwezigheid en Zijn toewijding aan Zijn volk.

Personen in Uittocht 38