Uittocht 39:17
“En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van den borstlap.”
Context: Uittocht 39
15Zij maakten ook aan den borstlap gelijk-eindigende ketentjes, van gedraaid werk, uit louter goud.
16En zij maakten twee gouden kastjes, en twee gouden ringen; en zij zetten die twee ringen aan de beide einden des borstlaps.
17En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van den borstlap.
18Doch de twee andere einden der gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes, en zij zetten ze aan de schouderbanden des efods, recht op de voorste zijde van dien.
19Zij maakten ook twee gouden ringen, die zij aan de twee andere einden des borstlaps zetten, inwendig aan zijn boord, die aan de zijde des efods is.
Over Uittocht 39: De Priestergewaden

De kleding van de priesters en de heilige zalfolie worden gemaakt.
Commentaar
Exodus hoofdstuk 39 is het laatste hoofdstuk van het boek Exodus en het beschrijft de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van het maken van de priesterlijke kleding, die gemaakt was van fijn linnen en goud, blauw, paars en scharlaken garen. De kleding omvatte de efod, het borstschild, de mantel, de tuniek, de tulband en de gordel. Vervolgens gaat het hoofdstuk verder met de beschrijving van de bouw van de tabernakel, die van acaciahout was gemaakt en bedekt was met goud. De tabernakel was verdeeld in twee delen, het Heilige en het Allerheiligste. Het hoofdstuk eindigt met een beschrijving van de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters.
Dit hoofdstuk is belangrijk omdat het de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters markeert, die essentieel waren voor de aanbidding van God. De tabernakel was een fysieke representatie van Gods aanwezigheid onder de Israëlieten en de kleding van de priesters was een teken van hun toewijding aan God. Dit hoofdstuk dient ook als een herinnering aan het belang van gehoorzaamheid aan Gods geboden. De Israëlieten kregen de opdracht om de tabernakel en de kleding van de priesters volgens Gods instructies te bouwen en zij deden dat trouw. Dit hoofdstuk herinnert ons eraan dat wanneer we Gods geboden gehoorzamen, Hij ons zal zegenen en voorzien.