Uittocht 39:33
“Daarna brachten zij den tabernakel tot Mozes, de tent, en al haar gereedschap, haar haakjes, haar berderen, haar richelen, en haar pilaren, en haar voeten;”
Context: Uittocht 39
31En zij hechtten een snoer van hemelsblauw daaraan, om aan den hoed van boven te hechten, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
32Aldus werd al het werk des tabernakels, van de tent der samenkomst voleind; en de kinderen Israels hadden het gemaakt naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; alzo hadden zij het gemaakt.
33Daarna brachten zij den tabernakel tot Mozes, de tent, en al haar gereedschap, haar haakjes, haar berderen, haar richelen, en haar pilaren, en haar voeten;
34En het deksel van roodgeverfde ramsvellen, en het deksel van dassenvellen, en den voorhang van het deksel;
35De ark der getuigenis, en haar handbomen, en het verzoendeksel;
Over Uittocht 39: De Priestergewaden

De kleding van de priesters en de heilige zalfolie worden gemaakt.
Commentaar
Exodus hoofdstuk 39 is het laatste hoofdstuk van het boek Exodus en het beschrijft de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van het maken van de priesterlijke kleding, die gemaakt was van fijn linnen en goud, blauw, paars en scharlaken garen. De kleding omvatte de efod, het borstschild, de mantel, de tuniek, de tulband en de gordel. Vervolgens gaat het hoofdstuk verder met de beschrijving van de bouw van de tabernakel, die van acaciahout was gemaakt en bedekt was met goud. De tabernakel was verdeeld in twee delen, het Heilige en het Allerheiligste. Het hoofdstuk eindigt met een beschrijving van de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters.
Dit hoofdstuk is belangrijk omdat het de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters markeert, die essentieel waren voor de aanbidding van God. De tabernakel was een fysieke representatie van Gods aanwezigheid onder de Israëlieten en de kleding van de priesters was een teken van hun toewijding aan God. Dit hoofdstuk dient ook als een herinnering aan het belang van gehoorzaamheid aan Gods geboden. De Israëlieten kregen de opdracht om de tabernakel en de kleding van de priesters volgens Gods instructies te bouwen en zij deden dat trouw. Dit hoofdstuk herinnert ons eraan dat wanneer we Gods geboden gehoorzamen, Hij ons zal zegenen en voorzien.