Uittocht 39:41
“De ambtsklederen, om in het heiligdom te dienen, de heilige klederen van de priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen.”
Context: Uittocht 39
39Het koperen altaar, en den koperen rooster, dien het heeft, deszelfs handbomen, en al zijn gereedschap; het wasvat en zijn voet;
40De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort des voorhofs, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van den dienst des tabernakels, tot de tent der samenkomst;
41De ambtsklederen, om in het heiligdom te dienen, de heilige klederen van de priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen.
42Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israels het ganse werk gemaakt.
43Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.
Over Uittocht 39: De Priestergewaden

De kleding van de priesters en de heilige zalfolie worden gemaakt.
Commentaar
Exodus hoofdstuk 39 is het laatste hoofdstuk van het boek Exodus en het beschrijft de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van het maken van de priesterlijke kleding, die gemaakt was van fijn linnen en goud, blauw, paars en scharlaken garen. De kleding omvatte de efod, het borstschild, de mantel, de tuniek, de tulband en de gordel. Vervolgens gaat het hoofdstuk verder met de beschrijving van de bouw van de tabernakel, die van acaciahout was gemaakt en bedekt was met goud. De tabernakel was verdeeld in twee delen, het Heilige en het Allerheiligste. Het hoofdstuk eindigt met een beschrijving van de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters.
Dit hoofdstuk is belangrijk omdat het de voltooiing van de tabernakel en de kleding van de priesters markeert, die essentieel waren voor de aanbidding van God. De tabernakel was een fysieke representatie van Gods aanwezigheid onder de Israëlieten en de kleding van de priesters was een teken van hun toewijding aan God. Dit hoofdstuk dient ook als een herinnering aan het belang van gehoorzaamheid aan Gods geboden. De Israëlieten kregen de opdracht om de tabernakel en de kleding van de priesters volgens Gods instructies te bouwen en zij deden dat trouw. Dit hoofdstuk herinnert ons eraan dat wanneer we Gods geboden gehoorzamen, Hij ons zal zegenen en voorzien.