Ezechiël 13:9
“En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.”
Context: Ezechiël 13
7Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?
8Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.
9En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
10Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
11Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.
Over Ezechiël 13: Valse profeten en hun ondergang voorspeld

In Ezechiël hoofdstuk 13 spreekt de Heer door de profeet Ezechiël, waarbij Hij de valse profeten veroordeelt die het volk bedriegen met boodschappen van vrede wanneer er geen vrede is. Deze profeten liegen om hun eigen populariteit en financieel gewin te vergroten. De Heer verklaart dat Hij oordeel over hen en hun valse profetieën zal brengen, en hen zal ontmaskeren voor wat ze werkelijk zijn.
Commentaar
Default commentary text