Ezechiël 14:19

“Of als Ik de pestilentie in datzelve land zende, en Mijn grimmigheid daarover met bloed uitgiete, om daarvan mensen en beesten uit te roeien;”
— Ezechiël 14:19 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 14

17Of als Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten;

18Ofschoon die drie mannen in het midden deszelven waren, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zij zouden zonen noch dochteren bevrijden, maar zij zelven alleen zouden bevrijd worden.

19Of als Ik de pestilentie in datzelve land zende, en Mijn grimmigheid daarover met bloed uitgiete, om daarvan mensen en beesten uit te roeien;

20Ofschoon Noach, Daniel en Job in het midden deszelven waren, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij een zoon, of zo zij een dochter zouden bevrijden, zij zouden alleen hun ziel door hun gerechtigheid bevrijden.

21Want alzo zegt de Heere HEERE: Hoeveel te meer als Ik mijn vier boze gerichten, het zwaard, en den honger, en het boze gedierte, en de pestilentie gezonden zal hebben tegen Jeruzalem, om daaruit mensen en beesten uit te roeien!

Over Ezechiël 14: Valse Profeten Veroordeeld

Ezechiël 14: Valse Profeten Veroordeeld

In Ezechiël hoofdstuk 14 spreekt God tot Ezechiël over de valse profeten die Zijn volk op het verkeerde pad hebben gebracht. Hij waarschuwt dat deze personen verantwoordelijk zullen worden gehouden voor hun daden en dat ze zichzelf noch hun volgelingen kunnen redden van komend oordeel.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 14