Ezechiël 21:11

“En Hij heeft hetzelve te vegen gegeven, opdat men het met de hand handelen zou; dat zwaard is gescherpt, en dat is geveegd, om hetzelve in de hand des doodslagers te geven.”
— Ezechiël 21:11 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 21

9Mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de HEERE: Zeg: Het zwaard, het zwaard is gescherpt, en ook geveegd.

10Het is gescherpt, opdat het een slachting slachte; het is geveegd, opdat het een glinster hebbe; of wij dan zullen vrolijk zijn? het is de roede Mijns Zoons, die alle hout versmaadt.

11En Hij heeft hetzelve te vegen gegeven, opdat men het met de hand handelen zou; dat zwaard is gescherpt, en dat is geveegd, om hetzelve in de hand des doodslagers te geven.

12Schreeuw en huil, o mensenkind, want hetzelve zal zijn tegen Mijn volk, het zal zijn tegen al de vorsten van Israel; verschrikkingen zullen vanwege het zwaard bij Mijn volk zijn; daarom klop op de heup.

13Als er beproeving was, wat was het toen? Zou er dan ook geen versmadende roede zijn, spreekt de Heere HEERE.

Over Ezechiël 21: Het Zwaard van Oordeel

Ezechiël 21: Het Zwaard van Oordeel

In Ezechiël hoofdstuk 21 spreekt God tot de profeet over het zwaard van oordeel dat over Jeruzalem en het ongehoorzame volk van Israël zal komen. Hij gebruikt levendige beelden om het zwaard en de verwoesting die het zal veroorzaken te beschrijven, en waarschuwt de mensen om zich te bekeren en zich tot Hem te keren voordat het te laat is.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 21