Ezechiël 21:26

“Alzo zegt de Heere HEERE: Doe dien hoed weg, en hef dien kroon af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogen dien, die nederig is, en vernederen dien, die hoog is.”
— Ezechiël 21:26 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 21

24Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Omdat gijlieden uwer ongerechtigheid doet gedenken, doordien uw overtredingen ontdekt worden, zodat uw zonden gezien worden in al uw handelingen; omdat uwer gedacht wordt, zult gij met de hand gegrepen worden.

25En gij, o onheilig, goddeloos vorst van Israel, wiens dag komen zal, ten tijde der uiterste ongerechtigheid;

26Alzo zegt de Heere HEERE: Doe dien hoed weg, en hef dien kroon af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogen dien, die nederig is, en vernederen dien, die hoog is.

27Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja, zij zal niet zijn, totdat hij kome, die daartoe recht heeft, en dien Ik dat geven zal.

28En gij, mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de Heere HEERE, van de kinderen Ammons, en van hun smading; zo zeg: Het zwaard, het zwaard is uitgetrokken, het is ter slachting geveegd om te verdoen, om te glinsteren;

Over Ezechiël 21: Het Zwaard van Oordeel

Ezechiël 21: Het Zwaard van Oordeel

In Ezechiël hoofdstuk 21 spreekt God tot de profeet over het zwaard van oordeel dat over Jeruzalem en het ongehoorzame volk van Israël zal komen. Hij gebruikt levendige beelden om het zwaard en de verwoesting die het zal veroorzaken te beschrijven, en waarschuwt de mensen om zich te bekeren en zich tot Hem te keren voordat het te laat is.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 21