Ezechiël 21:32

“Het vuur zult gij tot spijze zijn, uw bloed zal zijn in het midden des lands; uwer zal niet gedacht worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken.”
— Ezechiël 21:32 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 21

30Keer uw zwaard weder in zijn schede! In de plaats, waar gij geschapen zijt, in het land uwer woningen zal Ik u richten.

31En Ik zal over u Mijn gramschap uitgieten, Ik zal tegen u door het vuur Mijner verbolgenheid blazen; en Ik zal u overgeven in de hand van brandende mensen, smeders des verderfs.

32Het vuur zult gij tot spijze zijn, uw bloed zal zijn in het midden des lands; uwer zal niet gedacht worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken.

Over Ezechiël 21: Het Zwaard van Oordeel

Ezechiël 21: Het Zwaard van Oordeel

In Ezechiël hoofdstuk 21 spreekt God tot de profeet over het zwaard van oordeel dat over Jeruzalem en het ongehoorzame volk van Israël zal komen. Hij gebruikt levendige beelden om het zwaard en de verwoesting die het zal veroorzaken te beschrijven, en waarschuwt de mensen om zich te bekeren en zich tot Hem te keren voordat het te laat is.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 21