Ezechiël 24:3
“En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.”
Context: Ezechiël 24
1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:
2Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.
3En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.
4Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.
5Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.
Over Ezechiël 24: De gelijkenis van de kookpot

In Ezechiël hoofdstuk 24 gebruikt God een gelijkenis van een kookpot om het naderende onheil van Jeruzalem te illustreren. De kookpot staat voor de stad en haar inwoners, die vervuld zijn van corruptie en slechtheid. God beveelt Ezechiël om de pot te vullen met uitgelezen stukken vlees en te laten koken, als een demonstratie van hoe de stad vernietigd zal worden en de mensen erin zullen lijden. Het hoofdstuk eindigt met God die verklaart dat de zonde en ongehoorzaamheid van het volk niet ongestraft zullen blijven.
Commentaar
Default commentary text