Ezechiël 3:10
“Verder zeide Hij tot mij: Mensenkind, vat al Mijn woorden, die Ik tot u spreken zal, in uw hart, en hoor ze met uw oren.”
Context: Ezechiël 3
8Ziet, Ik heb uw aangezicht stijf gemaakt tegen hun aangezichten, en uw voorhoofd stijf tegen hun voorhoofd.
9Uw voorhoofd heb Ik gemaakt als een diamant, harder dan een rots; vrees hen niet, en ontzet u niet voor hun aangezichten, omdat zij een wederspannig huis zijn.
10Verder zeide Hij tot mij: Mensenkind, vat al Mijn woorden, die Ik tot u spreken zal, in uw hart, en hoor ze met uw oren.
11En ga henen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen.
12Toen nam de Geest mij op, en ik hoorde achter mij een stem van grote ruising, zeggende: Geloofd zij de heerlijkheid des HEEREN uit Zijn plaats!
Over Ezechiël 3: Ezechiëls roeping en opdracht

In Ezechiël hoofdstuk 3 roept en commissioneert God Ezechiël als profeet tot de Israëlieten in ballingschap. Ezechiël krijgt een boekrol om te eten, wat de woorden van God symboliseert die hij zal verkondigen. Hij wordt ook gewaarschuwd dat het volk niet naar hem zal luisteren vanwege hun koppigheid en rebellie.
Commentaar
Default commentary text