Ezechiël 33:16
“Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.”
Context: Ezechiël 33
14Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;
15Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven.
16Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.
17Nog zeggen de kinderen uws volks: De weg des Heeren is niet recht; daar toch hun eigen weg niet recht is.
18Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven.
Over Ezechiël 33: De Verantwoordelijkheid van de Wachter

In Ezechiël 33 roept God Ezechiël op om een wachter te zijn over zijn volk, verantwoordelijk voor het luiden van het alarm wanneer gevaar nabij is. Het hoofdstuk benadrukt de verantwoordelijkheid van de wachter om het volk te waarschuwen voor aanstaand oordeel en de gevolgen van hun zondige daden.
Commentaar
Default commentary text