Ezechiël 33:32

“En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.”
— Ezechiël 33:32 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 33

30En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt.

31En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na.

32En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.

33Maar als dat komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.

Over Ezechiël 33: De Verantwoordelijkheid van de Wachter

Ezechiël 33: De Verantwoordelijkheid van de Wachter

In Ezechiël 33 roept God Ezechiël op om een wachter te zijn over zijn volk, verantwoordelijk voor het luiden van het alarm wanneer gevaar nabij is. Het hoofdstuk benadrukt de verantwoordelijkheid van de wachter om het volk te waarschuwen voor aanstaand oordeel en de gevolgen van hun zondige daden.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 33