Ezechiël 33:4
“En een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd.”
Context: Ezechiël 33
2Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;
3En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk;
4En een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd.
5Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel.
6Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.
Over Ezechiël 33: De Verantwoordelijkheid van de Wachter

In Ezechiël 33 roept God Ezechiël op om een wachter te zijn over zijn volk, verantwoordelijk voor het luiden van het alarm wanneer gevaar nabij is. Het hoofdstuk benadrukt de verantwoordelijkheid van de wachter om het volk te waarschuwen voor aanstaand oordeel en de gevolgen van hun zondige daden.
Commentaar
Default commentary text