Ezechiël 36:14
“Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.”
Context: Ezechiël 36
12En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israel, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.
13Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;
14Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
15En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natien niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
16Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Over Ezechiël 36: Herstel van Israël Voorspeld

In Ezechiël hoofdstuk 36 spreekt God door de profeet Ezechiël en voorspelt Hij de herstelling van Israël. Hij belooft het land te herstellen, de bevolking te vergroten, een einde te maken aan hongersnood en het volk te reinigen van hun zonden. God verklaart dat Hij dit zal doen niet omdat de Israëlieten het verdienen, maar vanwege Zijn verbond met hen.
Commentaar
Default commentary text