Ezechiël 38:22
“En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpenden plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn.”
Context: Ezechiël 38
20Zodat van Mijn aangezicht beven zullen de vissen der zee, en het gevogelte des hemels, en het gedierte des velds, en al het kruipend gedierte, dat op het aardrijk kruipt, en alle mensen, die op den aardbodem zijn; en de bergen zullen nedergeworpen worden, en de steile plaatsen zullen nedervallen, en alle muren zullen ter aarde nedervallen.
21Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heere HEERE; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn.
22En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpenden plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn.
23Alzo zal Ik Mij groot maken, en Mij heiligen, en bekend worden voor de ogen van vele heidenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
Over Ezechiël 38: De Invasie van Gog en Magog

In Ezechiël 38 vertelt God de profeet over een toekomstige invasie van Israël door een coalitie van naties onder leiding van Gog uit het land van Magog. Het leger wordt beschreven als een enorme horde die komt om het land te plunderen en Israëls rijkdom mee te nemen. God belooft echter tussenbeide te komen en Gogs leger te verslaan, waarbij Hij Zijn kracht toont aan zowel Israël als de naties.
Commentaar
Default commentary text