Ezechiël 38:4
“En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen;”
Context: Ezechiël 38
2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem,
3En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal!
4En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen;
5Perzen, Moren en Puteers met hen, die altemaal schild en helm voeren;
6Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.
Over Ezechiël 38: De Invasie van Gog en Magog

In Ezechiël 38 vertelt God de profeet over een toekomstige invasie van Israël door een coalitie van naties onder leiding van Gog uit het land van Magog. Het leger wordt beschreven als een enorme horde die komt om het land te plunderen en Israëls rijkdom mee te nemen. God belooft echter tussenbeide te komen en Gogs leger te verslaan, waarbij Hij Zijn kracht toont aan zowel Israël als de naties.
Commentaar
Default commentary text