Ezechiël 41:24
“En er waren twee bladen aan de deuren; te weten twee bladen, die men omdraaien kon; twee aan de ene deur, en twee bladen aan de andere.”
Context: Ezechiël 41
22De hoogte des houten altaars was drie ellen, en zijn lengte twee ellen, en het had zijn hoeken; en zijn lengte en zijn wanden waren van hout. En hij sprak tot mij: Dit is de tafel, die voor des HEEREN aangezicht zal zijn.
23De tempel nu en het heiligdom hadden beide twee deuren.
24En er waren twee bladen aan de deuren; te weten twee bladen, die men omdraaien kon; twee aan de ene deur, en twee bladen aan de andere.
25En aan dezelve, namelijk aan de deuren des tempels, waren cherubs en palmbomen gemaakt, gelijk als er aan de wanden gemaakt waren; en het hout aan het voorste deel van het voorhuis van buiten was dik.
26En aan de gesloten vensteren waren ook palmbomen van deze en van gene zijde, aan de zijden van het voorhuis; en aan de zijkameren van het huis, en aan de dikke planken.
Over Ezechiël 41: De Binnenste Kamers van de Tempel

In Ezechiël hoofdstuk 41 ontvangt de profeet een gedetailleerde visie van de binnenste kamers van de tempel. Het hoofdstuk geeft metingen en beschrijvingen van het heiligdom, het Heilige der Heiligen en de zijvertrekken. Het benadrukt de grootsheid en heiligheid van de tempel, evenals het belang van de specifieke afmetingen en indelingen.
Commentaar
Default commentary text