Ezechiël 43:21
“Daarna zult gij den var des zondoffers nemen; en hij zal hem verbranden in een bestelde plaats van het huis buiten het heiligdom.”
Context: Ezechiël 43
19En gij zult aan de Levietische priesteren, dewelke uit het zaad van Zadok zijn, die tot Mij naderen (spreekt de Heere HEERE), om Mij te dienen, geven een var, een jong rund, ten zondoffer.
20En gij zult van deszelfs bloed nemen, en doen het aan zijn vier hoornen, en aan de vier hoeken der afzetsels, en aan den rand rondom; alzo zult gij het ontzondigen, en het verzoenen.
21Daarna zult gij den var des zondoffers nemen; en hij zal hem verbranden in een bestelde plaats van het huis buiten het heiligdom.
22En op den tweeden dag zult gij een volkomen geitenbok offeren ten zondoffer; en zij zullen het altaar ontzondigen, gelijk als zij dat ontzondigd hebben met den var.
23Als gij een einde zult gemaakt hebben van het ontzondigen, dan zult gij een var, een volkomen jong rund, offeren, en een volkomen ram van de kudde.
Over Ezechiël 43: De Glorie van God keert terug naar de Tempel

In Ezechiël hoofdstuk 43 ontvangt de profeet een visioen van de heerlijkheid van God die terugkeert naar de tempel. Hij ziet de Heer op zijn troon, en de tempel is gevuld met zijn glorie. De Heer vertelt Ezechiël dat Hij voor eeuwig te midden van zijn volk zal wonen, en dat zij zijn heilige naam nooit meer zullen ontheiligen.
Commentaar
Default commentary text