Ezechiël 45:9
“Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstortingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE.”
Context: Ezechiël 45
7De vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers en der bezitting der stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting der stad; van den westerhoek westwaarts, en van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe.
8Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israel; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israels het land laten, naar hun stammen.
9Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstortingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE.
10Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.
11Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.
Over Ezechiël 45: De Verdeling van het Land en het Deel van de Prins

Ezechiël ontvangt een visioen van God waarin hij wordt opgedragen het land te verdelen onder het volk en de vorst, en de juiste afmetingen vast te stellen voor de offers die aan God worden gebracht. Het hoofdstuk bevat ook instructies voor de taken van de vorst bij het observeren van de festivals en offers.
Commentaar
Default commentary text