Ezechiël 46:14
“En gij zult ten spijsoffer daarop doen, alle morgens een zesde deel van een efa, en olie een derde deel van een hin, om de meelbloem te bedruipen; tot een spijsoffer den HEERE, tot eeuwige inzettingen, geduriglijk.”
Context: Ezechiël 46
12En als de vorst een vrijwillig offer zal doen, een brandoffer of dankofferen tot een vrijwillig offer den HEERE, zo zal men hem de poort openen, die naar het oosten ziet; en hij zal zijn brandoffer en zijn dankofferen doen, gelijk als hij zal gedaan hebben op den sabbatdag; en als hij weder uitgaat, zal men de poort sluiten, nadat hij uitgegaan zal zijn.
13Wijders zult gij een volkomen eenjarig lam dagelijks bereiden ten brandoffer den HEERE; alle morgens zult gij dat bereiden.
14En gij zult ten spijsoffer daarop doen, alle morgens een zesde deel van een efa, en olie een derde deel van een hin, om de meelbloem te bedruipen; tot een spijsoffer den HEERE, tot eeuwige inzettingen, geduriglijk.
15Zij zullen dan het lam, en het spijsoffer, en de olie alle morgens bereiden tot een gedurig brandoffer.
16Alzo zegt de Heere HEERE: Wanneer de vorst aan iemand van zijn zonen een geschenk zal geven van zijn erfenis, dat zullen zijn zonen hebben; het zal hun bezitting zijn in erfenis.
Over Ezechiël 46: De Aanbidding in de Nieuwe Tempel

Ezechiël ontving een visioen van de nieuwe tempel die zou worden gebouwd in Jeruzalem, en in hoofdstuk 46 beschrijft hij de voorschriften voor de aanbidding die daar zou plaatsvinden. Het hoofdstuk geeft details over de poort waar de Prins op verschillende tijden van aanbidding en offers aan de Heer zou binnenkomen en vertrekken, de offers die op verschillende dagen aan God zouden worden gepresenteerd, en de voorziening voor de Prins om een speciale ruimte te hebben voor zijn offer.
Commentaar
Default commentary text