Ezechiël 46:7
“En ten spijsoffer zal hij bereiden een efa tot den var, en een efa tot den ram; maar tot de lammeren, zoals zijn hand bekomen zal; en een hin olie tot een efa.”
Context: Ezechiël 46
5En het spijsoffer, een efa tot den ram, maar tot de lammeren zal het spijsoffer een gave zijner hand zijn; en olie, een hin tot een efa.
6Maar op den dag van de nieuwe maan, een var, een jong rund, van de volkomene, en zes lammeren, en een ram; volkomen zullen zij zijn.
7En ten spijsoffer zal hij bereiden een efa tot den var, en een efa tot den ram; maar tot de lammeren, zoals zijn hand bekomen zal; en een hin olie tot een efa.
8En als de vorst ingaat, zal hij door den weg van het voorhuis der poort ingaan, en door deszelfs weg weder uitgaan.
9Maar als het volk des lands voor het aangezicht des HEEREN komt, op de gezette hoogtijden, die door den weg van de noorderpoort ingaat om te aanbidden, zal door den weg van de zuiderpoort weder uitgaan; en die door den weg van de zuiderpoort ingaat, zal door den weg van de noorderpoort weder uitgaan; hij zal niet wederkeren door den weg der poort, door dewelke hij is ingegaan, maar recht voor zich henen uitgaan.
Over Ezechiël 46: De Aanbidding in de Nieuwe Tempel

Ezechiël ontving een visioen van de nieuwe tempel die zou worden gebouwd in Jeruzalem, en in hoofdstuk 46 beschrijft hij de voorschriften voor de aanbidding die daar zou plaatsvinden. Het hoofdstuk geeft details over de poort waar de Prins op verschillende tijden van aanbidding en offers aan de Heer zou binnenkomen en vertrekken, de offers die op verschillende dagen aan God zouden worden gepresenteerd, en de voorziening voor de Prins om een speciale ruimte te hebben voor zijn offer.
Commentaar
Default commentary text