Ezechiël 6:4
“Daartoe zullen uw altaren verwoest, en uw zonnebeelden verbroken worden; en Ik zal uw verslagenen nedervellen voor het aangezicht uwer drekgoden.”
Context: Ezechiël 6
2Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israels, en profeteer tegen dezelve;
3En zeg: Gij bergen Israels, hoort het woord des Heeren HEEREN! Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de beken en tot de dalen: Ziet, Ik, Ik breng over u het zwaard, en Ik zal uw hoogten verderven.
4Daartoe zullen uw altaren verwoest, en uw zonnebeelden verbroken worden; en Ik zal uw verslagenen nedervellen voor het aangezicht uwer drekgoden.
5En Ik zal de dode lichamen der kinderen Israels voor het aangezicht hunner drekgoden leggen, en Ik zal uw beenderen rondom uw altaren strooien.
6In al uw woningen zullen de steden verwoest en de hoogten tot wildernis worden, opdat uw altaren woest en eenzaam zijn, en uw drekgoden verbroken worden en ophouden, en uw zonnebeelden afgehouwen, en uw werken uitgedelgd worden.
Over Ezechiël 6: God's Oordeel over de Afgoderij van Israël

In Ezechiël 6 spreekt de Heer door de profeet Ezechiël en verklaart Hij Zijn oordeel over Israël vanwege hun wijdverspreide afgoderij. Hij belooft dat hun steden verwoest zullen worden, hun altaren en afgoden vernietigd zullen worden, en de mensen onder de naties verspreid zullen worden. Toch toont de Heer zelfs in Zijn toorn genade, door een overblijfsel van Zijn trouwe volk te sparen.
Commentaar
Default commentary text