Ezechiël 9:11

“En ziet, de man, die met linnen bekleed was, aan wiens lenden de inktkoker was, bracht bescheid weder, zeggende: Ik heb gedaan, gelijk als Gij mij geboden hadt.”
— Ezechiël 9:11 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 9

9Toen zeide Hij tot mij: De ongerechtigheid van het huis van Israel en van Juda is gans zeer groot, en het land is met bloed vervuld, en de stad is vol van afwijking; want zij zeggen: De HEERE heeft het land verlaten, en de HEERE ziet niet.

10Daarom ook, wat Mij aangaat, Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal hun weg op hun hoofd geven.

11En ziet, de man, die met linnen bekleed was, aan wiens lenden de inktkoker was, bracht bescheid weder, zeggende: Ik heb gedaan, gelijk als Gij mij geboden hadt.

Over Ezechiël 9: De Slachting van de Schuldigen

Ezechiël 9: De Slachting van de Schuldigen

Ezechiël ontvangt een visioen van de Heer die een groep beulen naar Jeruzalem stuurt om allen te doden die niet berouw hebben getoond van hun zonden. Het hoofdstuk eindigt met het verwoestende nieuws dat zelfs de rechtvaardigen niet gespaard zullen worden.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 9