Ezechiël 9:3

“En de heerlijkheid des Gods van Israel hief zich op van den cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis; en Hij riep tot den man, die met linnen bekleed was, die de schrijvers-inktkoker aan zijn lenden had.”
— Ezechiël 9:3 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 9

1Daarna riep Hij voor mijn oren met luider stem, zeggende: Doet de opzieners der stad naderen, en elkeen met zijn verdervend wapen in zijn hand.

2En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar.

3En de heerlijkheid des Gods van Israel hief zich op van den cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis; en Hij riep tot den man, die met linnen bekleed was, die de schrijvers-inktkoker aan zijn lenden had.

4En de HEERE zeide tot hem: Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden der lieden, die zuchten en uitroepen over al deze gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden.

5Maar tot die anderen zeide Hij voor mijn oren: Gaat door, door de stad achter hem, en slaat, ulieder oog verschone niet, en spaart niet!

Over Ezechiël 9: De Slachting van de Schuldigen

Ezechiël 9: De Slachting van de Schuldigen

Ezechiël ontvangt een visioen van de Heer die een groep beulen naar Jeruzalem stuurt om allen te doden die niet berouw hebben getoond van hun zonden. Het hoofdstuk eindigt met het verwoestende nieuws dat zelfs de rechtvaardigen niet gespaard zullen worden.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 9