Ezra 10:8

“En al wie niet kwam in drie dagen, naar den raad der vorsten en der oudsten, al zijn have zou verbannen zijn; en hij zelf zou afgezonderd wezen van de gemeente der weggevoerden.”
— Ezra 10:8 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezra 10

6En Ezra stond op van voor Gods huis, en ging in de kamer van Johanan, den zoon van Eljasib; als hij daar kwam, at hij geen brood, en dronk geen water, want hij bedreef rouw over de overtreding der weggevoerden.

7En zij lieten een stem doorgaan door Juda en Jeruzalem, aan al de kinderen der gevangenis, dat zij zich te Jeruzalem zouden verzamelen.

8En al wie niet kwam in drie dagen, naar den raad der vorsten en der oudsten, al zijn have zou verbannen zijn; en hij zelf zou afgezonderd wezen van de gemeente der weggevoerden.

9Toen verzamelden zich alle mannen van Juda en Benjamin te Jeruzalem in drie dagen; het was de negende maand op den twintigsten in de maand; en al het volk zat op de straat van Gods huis, sidderende om deze zaak, en vanwege de plasregenen.

10Toen stond Ezra, de priester, op en zeide tot hen: Gijlieden hebt overtreden, en vreemde vrouwen bij u doen wonen, om Israels schuld te vermeerderen.

Over Ezra 10: Berouw en Vernieuwing

Ezra 10: Berouw en Vernieuwing

De berouw en vernieuwing van de ballingen, inclusief het verwijderen van buitenlandse vrouwen en het vieren van het feest van het Pascha.

Commentaar

Ezra 10 is een hoofdstuk dat spreekt over het belang van berouw en gehoorzaamheid aan Gods geboden. In dit hoofdstuk is Ezra diep bedroefd door het feit dat het volk Israël getrouwd is met buitenlandse vrouwen, wat in strijd is met de wet van God. Hij roept het volk op tot berouw en vasten, en zij reageren met een oprechte toewijding om Gods geboden te gehoorzamen.

Het volk Israël is bereid om drastische maatregelen te nemen om de zaken recht te zetten met God. Ze sluiten een verbond om hun buitenlandse vrouwen en kinderen weg te sturen, en ze beloven Gods geboden te gehoorzamen. Dit is een krachtig voorbeeld van echt berouw en gehoorzaamheid aan Gods geboden.

Personen in Ezra 10