Ezra 4:19

“En als van mij bevel gegeven was, hebben zij gezocht en gevonden, dat dezelve stad zich van oude tijden af tegen de koningen heeft verheven, en rebellie en afval daarin gesticht is.”
— Ezra 4:19 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezra 4

17De koning zond antwoord aan Rehum, den kanselier, en Simsai, den schrijver, en de overigen van hun gezelschappen, die te Samaria woonden; mitsgaders aan de overigen van deze zijde der rivier aldus: Vrede, en op zulken tijd.

18De brief, dien gij aan ons geschikt hebt, is duidelijk voor mij gelezen.

19En als van mij bevel gegeven was, hebben zij gezocht en gevonden, dat dezelve stad zich van oude tijden af tegen de koningen heeft verheven, en rebellie en afval daarin gesticht is.

20Ook zijn er machtige koningen geweest over Jeruzalem, die geheerst hebben overal aan gene zijde der rivier; en hun is cijns, oude impost en tol gegeven.

21Geeft dan nu bevel, om diezelve mannen te beletten, dat diezelve stad niet opgebouwd worde, totdat van mij bevel zal worden gegeven.

Over Ezra 4: Verzet tegen de wederopbouw

Ezra 4: Verzet tegen de wederopbouw

Tegenstand tegen de wederopbouw van de tempel door de naburige volkeren, inclusief het schrijven van een brief aan koning Artaxerxes.

Commentaar

Ezra 4 is een hoofdstuk dat spreekt over de tegenstand waarmee de Israëlieten te maken kregen toen ze probeerden de tempel in Jeruzalem te herbouwen. Het hoofdstuk begint met een lijst van de vijanden van de Israëlieten die probeerden hen te ontmoedigen en te weerhouden van de herbouw van de tempel. Deze vijanden omvatten het volk van het land, de Samaritanen, en de Ammonieten en Arabieren. De vijanden van de Israëlieten probeerden hun plannen te dwarsbomen door adviseurs in te huren om hen tegen te werken en door brieven te schrijven naar de Perzische koning, Artaxerxes, om het werk te stoppen.

Het hoofdstuk beschrijft vervolgens hoe de vijanden van de Israëlieten succesvol waren in hun inspanningen. Het werk aan de tempel werd stilgelegd voor een periode van zestien jaar. Gedurende deze tijd bleven de vijanden van de Israëlieten hen dwarsbomen en proberen te voorkomen dat ze de tempel herbouwden.

Personen in Ezra 4