Ezra 8:18
“En zij brachten ons, naar de goede hand onzes Gods over ons, een man van verstand, van de kinderen van Mahli, den zoon van Levi, den zoon van Israel; namelijk Serebja, met zijn zonen en broederen, achttien;”
Context: Ezra 8
16Zo zond ik tot Eliezer, tot Ariel, tot Semaja, en tot Elnathan, en tot Jarib, en tot Elnathan, en tot Nathan, en tot Zacharja, en tot Mesullam, de hoofden; en tot Jojarib en tot Elnathan, de leraars;
17En ik gaf hun bevel aan Iddo, het hoofd in de plaats Chasifja; en ik legde de woorden in hun mond, om te zeggen tot Iddo, zijn broeder, en de Nethinim, in de plaats Chasifja, dat zij ons brachten dienaars voor het huis onzes Gods.
18En zij brachten ons, naar de goede hand onzes Gods over ons, een man van verstand, van de kinderen van Mahli, den zoon van Levi, den zoon van Israel; namelijk Serebja, met zijn zonen en broederen, achttien;
19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;
20En van Nethinim, die David en de vorsten ten dienste der Levieten gegeven hadden, tweehonderd en twintig Nethinim, die allen bij namen genoemd werden.
Over Ezra 8: Ezra's Vergadering

Ezra brengt de ballingen samen om naar de wet te luisteren en te aanbidden.
Commentaar
Ezra 8 is een hoofdstuk dat zich richt op de terugkeer van de ballingen uit Babylon naar Jeruzalem. Het hoofdstuk begint met een lijst van de leiders van het volk die terugkeren, en het is duidelijk dat het volk terugkeert met een gevoel van doelgerichtheid en toewijding aan de Heer. Het volk is vastbesloten de tempel te herbouwen en de aanbidding van de Heer in Jeruzalem te herstellen.
Het hoofdstuk beschrijft vervolgens de reis van het volk van Babylon naar Jeruzalem. Het is duidelijk dat het volk met vreugde en verwachting reist, omdat ze terugkeren naar het land van hun voorouders. Het hoofdstuk noemt ook de gulle gaven die het volk meebrengt, die zullen worden gebruikt om te helpen bij de wederopbouw van de tempel en het herstellen van de aanbidding van de Heer.