Genesis 15:20
“En den Hethiet, en den Fereziet, en de Refaieten,”
Context: Genesis 15
18Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:
19Den Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet,
20En den Hethiet, en den Fereziet, en de Refaieten,
21En den Amoriet, en den Kanaaniet, en den Girgaziet, en den Jebusiet.
Over Genesis 15: Gods Verbond met Abraham

God doet een belofte aan Abram dat zijn nakomelingen zo talrijk zullen zijn als de sterren aan de hemel. God vertelt ook aan Abram dat zijn nakomelingen 400 jaar lang tot slaaf zullen zijn, maar daarna zullen ze vrij zijn en het land zullen erven.
Commentaar
Genesis 15 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het het begin markeert van Gods verbond met Abraham. In dit hoofdstuk verschijnt God aan Abraham in een visioen en belooft Hem de vader te maken van een groot volk. Abraham wordt vervolgens gevraagd om een aantal dieren mee te brengen om geofferd te worden, en God gaat door de stukken heen, waardoor Hij een verbond sluit met Abraham. Dit verbond is een teken van Gods trouw aan Abraham en zijn nakomelingen, en het is een belofte dat God met hen zal zijn en hen zal beschermen.
Het verbond tussen God en Abraham is significant omdat het de eerste keer in de Bijbel is dat God een verbond sluit met een mens. Dit verbond is een teken van Gods liefde en trouw aan Abraham en zijn nakomelingen, en het is een herinnering dat God altijd bij ons is en ons nooit zal verlaten.