Genesis 43:31
“Daarna wies hij zijn aangezicht en kwam uit; en hij bedwong zichzelven, en zeide: Zet brood op.”
Context: Genesis 43
29En hij hief zijn ogen op, en zag Benjamin, zijn broeder, den zoon zijner moeder, en zeide: Is dit uw kleinste broeder, waarvan gij tot mij zeidet? Daarna zeide hij: Mijn zoon! God zij u genadig!
30En Jozef haastte zich; want zijn ingewand ontstak jegens zijn broeder, en hij zocht te wenen; en hij ging in een kamer, en weende aldaar.
31Daarna wies hij zijn aangezicht en kwam uit; en hij bedwong zichzelven, en zeide: Zet brood op.
32En zij richtten voor hem aan in het bijzonder, en voor hen in het bijzonder; en voor de Egyptenaren, die met hem aten, in het bijzonder; want de Egyptenaars mogen geen brood eten met de Hebreen, dewijl zulks den Egyptenaren een gruwel is.
33En zij aten voor zijn aangezicht, de eerstgeborene naar zijn eerstgeboorte, en de jongere naar zijn jonkheid; dies verwonderden zich de mannen onder elkander.
Over Genesis 43: De broers van Jozef keren terug naar Egypte met Benjamin

De broers keren terug naar Egypte met Benjamin, de broer van Jozef, en Jozef maakt zich bekend aan hen.
Commentaar
Genesis 43 is een hoofdstuk dat focust op de hereniging van Jozef en zijn broers. Nadat Jozef zijn identiteit aan zijn broers onthult, worden ze vervuld met angst en schuldgevoel voor de manier waarop ze hem in het verleden hebben behandeld. Jozef daarentegen is vervuld van mededogen en genade, en hij stelt hen gerust dat hij geen wrok koestert naar hen toe. Hij nodigt hen zelfs uit om bij hem in Egypte te verblijven en voorziet hen van voedsel en proviand.
Het hoofdstuk is een krachtige herinnering aan de kracht van vergeving en genade. Jozefs bereidheid om zijn broers ondanks hun eerdere fouten te vergeven is een getuigenis van zijn karakter en geloof. Het dient ook als een herinnering dat God een God van genade en genade is, en dat Hij bereid is ons te vergeven wanneer we berouw tonen en ons tot Hem wenden.