Johannes 2:9

“Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom.”
— Johannes 2:9 (The Statenvertaling Bible)

Context: Johannes 2

7Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.

8En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het.

9Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom.

10En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.

11Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

Over Johannes 2: De Bruiloft te Kana

Johannes 2: De Bruiloft te Kana

Jezus woont een bruiloft bij in Kana en verricht Zijn eerste wonder door water in wijn te veranderen.

Commentaar

Johannes 2 is een hoofdstuk dat spreekt over de kracht van Jezus en zijn vermogen om wonderen te verrichten. In dit hoofdstuk verricht Jezus zijn eerste wonder op een bruiloft in Kana. Hij verandert water in wijn, wat een teken is van zijn kracht en gezag. Dit wonder is een teken van het nieuwe verbond dat Jezus naar de wereld zal brengen.

Het wonder van water in wijn veranderen is een teken van overvloed en vreugde. Het is een teken van Gods genade en liefde. Het is ook een teken van de vreugde die Jezus naar de wereld brengt.

Personen in Johannes 2