Johannes 21:10
“Jezus zeide tot hen: Brengt van den vissen, die gij nu gevangen hebt.”
Context: Johannes 21
8En de andere discipelen kwamen met het scheepje (want zij waren niet verre van het land, maar omtrent tweehonderd ellen), slepende het net met de vissen.
9Als zij dan aan het land gegaan waren, zagen zij een kolenvuur liggen, en vis daarop liggen, en brood.
10Jezus zeide tot hen: Brengt van den vissen, die gij nu gevangen hebt.
11Simon Petrus ging op, en trok het net op het land, vol grote vissen, tot honderd drie en vijftig; en hoewel er zovele waren, zo scheurde het net niet.
12Jezus zeide tot hen: Komt herwaarts, houdt het middagmaal. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende, dat het de Heere was.
Over Johannes 21: De herstel van Petrus en de opdracht van de discipelen

Jezus verschijnt opnieuw aan Zijn discipelen en leert Petrus over liefde en dienstbaarheid.
Commentaar
Johannes 21 is een prachtig hoofdstuk dat spreekt over de kracht van de liefde en genade van Jezus. In dit hoofdstuk verschijnt Jezus aan de discipelen na zijn opstanding en toont hen de kracht van zijn liefde en genade. Hij nodigt hen uit voor het ontbijt en vraagt vervolgens aan Petrus drie keer of hij van hem houdt. Dit is een krachtige herinnering aan de liefde en genade van Jezus, en hoe hij bereid is om ons te vergeven en te herstellen, hoe vaak we ook in gebreke blijven. Jezus draagt vervolgens aan Petrus op om zijn schapen te voeden, een herinnering aan het belang van zorg dragen voor anderen en een goede herder te zijn. Ten slotte vertelt Jezus Petrus dat hij een martelaarsdood zal sterven, een herinnering aan het ultieme offer dat Jezus voor ons heeft gebracht. Dit hoofdstuk is een krachtige herinnering aan de liefde en genade van Jezus en hoe hij bereid is om ons te vergeven en te herstellen, hoe vaak we ook in gebreke blijven.