Johannes 21:13
“Jezus dan kwam, en nam het brood, en gaf het hun, en den vis desgelijks.”
Context: Johannes 21
11Simon Petrus ging op, en trok het net op het land, vol grote vissen, tot honderd drie en vijftig; en hoewel er zovele waren, zo scheurde het net niet.
12Jezus zeide tot hen: Komt herwaarts, houdt het middagmaal. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende, dat het de Heere was.
13Jezus dan kwam, en nam het brood, en gaf het hun, en den vis desgelijks.
14Dit was nu de derde maal, dat Jezus Zijn discipelen geopenbaard is, nadat Hij van de doden opgewekt was.
15Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren.
Over Johannes 21: De herstel van Petrus en de opdracht van de discipelen

Jezus verschijnt opnieuw aan Zijn discipelen en leert Petrus over liefde en dienstbaarheid.
Commentaar
Johannes 21 is een prachtig hoofdstuk dat spreekt over de kracht van de liefde en genade van Jezus. In dit hoofdstuk verschijnt Jezus aan de discipelen na zijn opstanding en toont hen de kracht van zijn liefde en genade. Hij nodigt hen uit voor het ontbijt en vraagt vervolgens aan Petrus drie keer of hij van hem houdt. Dit is een krachtige herinnering aan de liefde en genade van Jezus, en hoe hij bereid is om ons te vergeven en te herstellen, hoe vaak we ook in gebreke blijven. Jezus draagt vervolgens aan Petrus op om zijn schapen te voeden, een herinnering aan het belang van zorg dragen voor anderen en een goede herder te zijn. Ten slotte vertelt Jezus Petrus dat hij een martelaarsdood zal sterven, een herinnering aan het ultieme offer dat Jezus voor ons heeft gebracht. Dit hoofdstuk is een krachtige herinnering aan de liefde en genade van Jezus en hoe hij bereid is om ons te vergeven en te herstellen, hoe vaak we ook in gebreke blijven.