Lukas 4:6
“En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;”
Context: Lukas 4
4En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
5En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.
6En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
7Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.
8En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
Over Lukas 4: De verzoeking van Jezus

Jezus wordt verzocht door Satan en begint Zijn bediening in Galilea.
Commentaar
Lucas 4 is het vierde hoofdstuk van het Evangelie van Lucas in het Nieuwe Testament van de Bijbel. In dit hoofdstuk begint Jezus zijn openbare bediening door terug te keren naar zijn geboorteplaats Nazareth en een preek te houden in de synagoge. Vervolgens reist hij naar Kapernaüm en voert verschillende wonderen uit, waaronder het genezen van een man met een onreine geest en het genezen van de schoonmoeder van Simon Petrus.
Het hoofdstuk begint met Jezus die terugkeert naar Nazareth, zijn geboorteplaats, en de synagoge binnengaat op de sabbat. Hem wordt gevraagd om te lezen uit de rol van Jesaja, en hij leest een passage over de Geest van de Heer die op hem rust. Vervolgens verklaart hij dat de profetie in hun aanwezigheid is vervuld. Dit is een gedurfde verklaring, omdat het impliceert dat Jezus de Messias is.