Marcus 10:36
“En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?”
Context: Marcus 10
34En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.
35En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.
36En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?
37En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.
38Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?
Over Marcus 10: Onderwijs over echtscheiding, zegen kinderen

Jezus onderwijst over het huwelijk, echtscheiding en het koninkrijk van God.
Commentaar
Markus 10 is een hoofdstuk dat zich richt op Jezus' onderwijs over huwelijk, echtscheiding en kinderen. Jezus begint met het beantwoorden van de vraag van de Farizeeën over echtscheiding, en Hij maakt duidelijk dat echtscheiding niet het ideaal van God is. Vervolgens legt Hij uit dat het huwelijk een heilige verbintenis is tussen een man en een vrouw, en dat het niet verbroken mag worden. Jezus benadrukt ook het belang van kinderen en moedigt Zijn volgelingen aan om hen te verwelkomen en met respect te behandelen.
Het hoofdstuk eindigt met Jezus' bekende woorden over de moeilijkheid om het koninkrijk van God binnen te gaan. Hij legt uit dat het makkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke man om het koninkrijk van God binnen te gaan. Dit is een krachtige herinnering aan het belang van nederigheid en het vertrouwen op Gods genade.