Marcus 10:38

“Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?”
— Marcus 10:38 (The Statenvertaling Bible)

Context: Marcus 10

36En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?

37En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.

38Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?

39En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;

40Maar het zitten tot Mijn rechter hand en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven; maar het zal gegeven worden dien het bereid is.

Over Marcus 10: Onderwijs over echtscheiding, zegen kinderen

Marcus 10: Onderwijs over echtscheiding, zegen kinderen

Jezus onderwijst over het huwelijk, echtscheiding en het koninkrijk van God.

Commentaar

Markus 10 is een hoofdstuk dat zich richt op Jezus' onderwijs over huwelijk, echtscheiding en kinderen. Jezus begint met het beantwoorden van de vraag van de Farizeeën over echtscheiding, en Hij maakt duidelijk dat echtscheiding niet het ideaal van God is. Vervolgens legt Hij uit dat het huwelijk een heilige verbintenis is tussen een man en een vrouw, en dat het niet verbroken mag worden. Jezus benadrukt ook het belang van kinderen en moedigt Zijn volgelingen aan om hen te verwelkomen en met respect te behandelen.

Het hoofdstuk eindigt met Jezus' bekende woorden over de moeilijkheid om het koninkrijk van God binnen te gaan. Hij legt uit dat het makkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke man om het koninkrijk van God binnen te gaan. Dit is een krachtige herinnering aan het belang van nederigheid en het vertrouwen op Gods genade.

Personen in Marcus 10