Matteüs 28:10
“Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.”
Context: Matteüs 28
8En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij heen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen.
9En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.
10Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.
11En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.
12En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds,
Over Matteüs 28: De Opstanding en de Grote Opdracht

Jezus verschijnt aan Zijn discipelen en zendt hen uit om het Goede Nieuws te verspreiden onder alle volken.
Commentaar
Mattheüs 28 is een krachtig hoofdstuk dat spreekt over de macht van Jezus Christus en Zijn autoriteit over alle dingen. In dit hoofdstuk verschijnt Jezus aan Zijn discipelen na Zijn opstanding en geeft hun de opdracht om uit te gaan en discipelen te maken van alle volken. Dit is een krachtige herinnering aan de autoriteit die Jezus heeft over alle dingen en het belang van Zijn missie.
De discipelen zijn vervuld van vreugde en verbazing bij het zien van Jezus en zij aanbidden Hem. Jezus geeft hun vervolgens de Grote Opdracht om uit te gaan en discipelen te maken van alle volken. Dit is een herinnering aan het belang van het verspreiden van het evangelie en de kracht van Jezus' missie.